De Westerkerk en haar toren behoren tot de meest prominente symbolen van de Amsterdamse architectuur en worden dan ook met voorliefde gefotografeerd door toeristen. Na de bevolkingsexplosie in 1613 en de uitbouw van het stedelijk gebied werd het noodzakelijk om nieuwe kerken te bouwen en er werd besloten tot de bouw van twee kerken, de Noorderkerk en de Westerkerk. De Reformatie en de daarop volgende strijd met de katholieke koning van Spanje leidden ertoe dat Amsterdam een protestantse stad werd die alleen leden van de Nederlandse Hervormde Kerk de vrijheid van eredienst toestond. Het werd de protestanten toegestaan hun kerken te voorzien van een toren, maar alle andere godsdienstige groeperingen, behalve de invloedrijke Joodse gemeenschap, werden gedwongen om ondergronds te gaan. De Westerkerk was bedoeld als kerk voor de inwoners van het noordelijke deel van de grachtengordel, en werd daarom ontworpen als een ' flexibel' gebouw. Haar zuster, de Noorderkerk, werd ontworpen voor Joodse kerkgangers in de Jordaan en werd op een veel kleinere schaal gebouwd. Op 9 september 1620 werd de eerste steen van de Westerkerk gelegd en het gebouw werd voltooid in 1638. De kerk beschikt over de hoogste kerktoren in Amsterdam en er wordt ook beweerd dat de stoffelijke resten van Rembrandt hier zijn begraven, maar dan in de hoedanigheid van een arme en onbekende schilder, en dat hij daarom in een anoniem graf begraven zou liggen ...