Als stadsdeel is Camden Town een relatieve 'nieuwkomer' in de regio Londen , aangezien het pas sinds de jaren 1790 bestaat. Dit gebied ten noorden van Tottenham Court was vroeger een open terrein met de Fleet River die er doorheen stroomde. Ooit was het een levensgevaarlijke plaats om je alleen in te begeven. Camden Town werd toen druk bezocht door struikrovers die in herbergen zoals "Mother Red Cap" verbleven, zo genoemd naar een oude vrouw die in het gebied woonde en van hekserij werd beschuldigd, of in de "Southampton" en die zonder veel omhaal naar de galg werden gestuurd wanneer ze betrapt werden tijdens de uitoefening van hun beroep. De twee herbergen bij het kruispunt serveren nog steeds een glas ale en een maaltijd, maar de Southampton is nu Edwards geworden en Mother Red Cap wordt nu World's End genoemd. Charles Pratt, Earl of Camden, dient te worden vermeld als degene die het stadsdeel heeft gesticht toen hij en sommige van zijn rijke bedrijfsvennoten begonnen de oostkant van Camden High Street te ontwikkelen. Nadat er eerst door spoorweg- en kanaalarbeiders het nodige werk was verzet werd het treinstation Camden Road geopend in 1850, toen Ierse immigranten hier neerstreken na de aardappelhongersnood van 1840. Tegen het einde van de eeuw was Camden Town een drukke stedelijke wijk geworden en die ontwikkeling zette zich voort totdat het station in de Tweede Wereldoorlog een doelwit werd voor luchtaanvallen. Vandaag de dag is Camden Town een kosmopolitische buurt, maar blijft men er toch loyaal aan de geschiedenis. De gelukkige reizigers kunnen één van de vele huizen of plaatsen bezoeken die bekend zijn geworden door de meest beroemde en beruchte inwoners van de stad, waaronder Charles Dickens, Mary Shelley, George Orwell en Dylan Thomas.